logo SZH

Runderen

De koeien die wij kennen stammen af van het oerrund (Bos primigenius). Het oerrund (ook wel oeros genoemd) is nu uitgestorven. Het was donker- tot zwartbruin en veel groter dan onze koeien. Ongeveer 9000 jaar geleden gingen mensen in het Midden Oosten de oerrunderen als huisdier houden omdat ze graag een vleesvoorraad voorhanden hadden. Al snel ontdekte de mens dat runderen voor meer dingen nuttig zijn. Zo werden ze later ook gebruikt als trekdier en van de melk werden producten zoals kaas en boter gemaakt.

In steeds meer landen werd het rund een boerderijdier. Op den duur zijn de koeien in al die verschillende streken er anders uit gaan zien. Er ontstond een grote verscheidenheid in kleur en aftekening. Maar ook het doel waarvoor ze gebruikt werden, zorgde voor verschillende typen koeien. In de 19e eeuw ging men van rassen spreken. Men noemde dieren die dezelfde uiterlijke kenmerken hadden een ras.

In Nederland werd in 1874, het Nederlandsche Rundvee Stamboek (N.R.S) opgericht. In 1879 werd het Friesche Rundvee-Stamboek (F.R.S) opgericht. In deze stamboeken konden drie hoofdgroepen onderscheiden worden: het zwartbont vee, het roodbont Maas-Rijn-IJsselvee (MRIJ) en het blaarkoppenvee. In 1975 bestond de Nederlandse rundveestapel uit 2.200.000 dieren. Daarvan was 71% Fries-Hollands vee, 28% Maas-Rijn-IJsselvee en 1% Groninger blaarkop. Deze drie rassen werden tot het dubbeldoel- of melk-vleestype gerekend, dat wil zeggen dat ze voor zowel melk als vlees werden gehouden. De bevleesdheid was bij blaarkoppen en MRIJ-vee het sterkst ontwikkeld. Na 1970 werd de Nederlandse rundveestapel steeds vaker met Holstein Friesian vee gekruist. Dat noemen we de Holsteinisering van ons rundvee.

Snel naar

Over

Fokkers

Houders en beheerders

Beleven en laten beleven

Meedoen

©2017 Communicatiebureau de Lynx
×