Groninger Blaarkop

"Deze koe in jacquet staat bekend om haar zuivelproducten van VOC kwaliteit en mals vlees en stond ooit aan de wieg van het oer-Hollands product: de bloembollen"
1

Kenmerken

  • Geschikt voor educatie, huisdier en hobby, landbouw en natuurbeheer
  • Kan gehouden worden in een een natuurgebied en erf met veel grond
  • Oorsprong van dierenras ligt in Groningen, Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland

Status

  • Risico: Bedreigd
  • Aantal koeien: 1991
  • Trend laatste 15 jaar: groeiend

Gebruik

De Groninger blaarkop is een echt dubbeldoelrund, geschikt voor melk- én vleesproductie. Ze scoren goed op kwaliteiten zoals vruchtbaarheid en zijn makkelijk met afkalven, ze zijn duurzaam, sober, robuust en gezond, daarnaast hebben ze een rustig en aanhankelijk karakter. Blaarkoppen leveren behalve vlees van hoge kwaliteit, ook melk met een goed eiwitgehalte wat zeer bruikbaar is voor kaasproductie.

Vanwege zijn sober- en duurzaamheid is de Groninger blaarkop ook geschikt voor begrazing van natuurgebieden. Dit is ook de reden dat het ras sinds de eeuwwisseling populair is in de biologische landbouw. Ze zijn winterhard vanwege een iets dichter, wolliger haarkleed dan de meeste andere rassen. Dankzij de harde klauwen kunnen ze ook makkelijk in gebieden met een hoog waterpeil lopen.

Uiterlijk

Groninger blaarkoppen zijn egaal zwart of rood van kleur met een witte kop en de onmiskenbare gekleurde kringen rond de ogen, de blaren. Deze kunnen verbonden zijn aan de kleur in de hals, of als losse blaren een eilandje vormen rond het oog. Ook kunnen ze witte sokjes hebben en is de onderbuik in meer of mindere mate wit. De schofthoogte ligt rond de 135 cm en de gemiddelde blaarkop weegt ongeveer 600 kg.

Achtergrond

In de veertiende eeuw, toen de Nederlandse rundveestapel nog een bonte kleurenschakering was, kwam het uiterlijk van de blaarkop al voor. Vanaf de middeleeuwen komen er behalve rode en zwarte blaarkoppen ook regelmatig witkoppen, zonder blaren, voor op schilderijen. Aan het eind van de negentiende eeuw werd de vleeskwaliteit van de blaarkop zeer gewaardeerd en werden ze veelal als slachtvee verkocht op de Londense veemarkt.

Aan het begin van de twintigste eeuw bestond de Groningse veestapel voor ongeveer de helft uit blaarkoppen, maar ook in de rest van Nederlands waren ze geliefd. Met name rondom Leiden werden ze vooral voor de melk en het maken van kaas gebruikt en werden de dieren vet geweid als vleesvoorziening voor de grote steden.

Stamboek en Vereniging

Een specifieke vraag?