Roodbont Friesvee

"Ooit genegeerd net als hun stamvader Vondeling, maar nu een Fries streekproduct om trots op te zijn"
1

Kenmerken

  • Geschikt voor educatie, huisdier en hobby en landbouw
  • Kan gehouden worden in een erf met veel grond
  • Oorsprong van dierenras ligt in Friesland en Noord-Holland

Status

  • Risico: Kritiek
  • Aantal koeien: 269
  • Trend laatste 15 jaar: stabiel

Gebruik

Roodbont Friesvee is, net als zijn zwart witte broer, een dubbeldoel ras, wat betekent dat het geschikt is voor zowel melkproductie als voor de vleesproductie. Met name door hun goed bevleesde lichamen en de hoge percentages eiwitten en vetten in de melk leveren deze runderen goede kwaliteitsproducten. Het zijn levenskrachtige en sobere dieren, wat betekent dat zij een efficiënte voerbenutting hebben, ze hebben sterke benen en klauwen, zijn zeer vruchtbaar en hebben een lange levensduur. Roodbont Friesen staan erom bekend een vriendelijke geaardheid te hebben.

Uiterlijk

Roodbont Friesvee is, zoals de naam al voorspelt, rood met wit gevlekt en heeft scherp begrensde rode velden op voor-, achter- en middenhand. De kop van deze dieren is fijn en adellijk en heeft een paar fraaie ogen. Net als het Fries-Hollands, zwartbont, is het Roodbont Friesvee een vrij lang dier met een schofthoogte tussen de 130 tot 145 centimeter en een gemiddeld gewicht van ongeveer 600 kg.

Achtergrond

Vondeling I, de stamvader en het symbool van het Roodbont Friesvee, te vondeling gelegd in 1914 vanwege het anti-roodbeleid, staat aan de basis van de huidige populatie raszuivere dieren.

De herkomst van het huidige Roodbont Friesvee is echter helemaal terug te vinden in de Middeleeuwen. In de achttiende eeuw bestond de Nederlandse veestapel voornamelijk uit roodbont vee, met daarnaast een mengeling van kleuren en patronen.  Na de veepest en door overstromingen rond 1750 verdween driekwart van de Nederlandse veestapel, waarna het roodbonte vee werd vervangen door met name zwartbonte runderen uit Duitsland en Denemarken. Vanwege de herkenbaarheid en populariteit van de zwartbonten, werden er vanaf 1904 geen roodbonten meer geregistreerd in het stamboek. Slechts een kleine groep boeren hield stug vast aan het fokken van roodbonten, wat er uiteindelijk naar leidde dat in 1957 de vereniging ‘Fokkers van Roodbont Fries Stamboekvee’ werd opgericht.

Een specifieke vraag?