November slachtmaand, eeuwenoude traditie van de ambachtelijke slachterij
De benaming “slachtmaand” voor november komt uit oude agrarische tradities en verwijst naar de periode waarin vroeger het vee werd geslacht. Dit had verschillende praktische en culturele redenen. Zo was er vroeger geen koeling. Voor de komst van koelkasten en vriezers was koude buitentemperatuur essentieel om vlees goed te bewaren. In november wordt het kouder maar is het nog niet extreem winterweer, ideaal om vlees te laten besterven en bewaren. Ook moesten boeren in november hun voorraden hooi en graan voor de winter zien te krijgen. Door in november een deel van het vee te slachten, hoefden ze in de magere wintermaanden minder dieren te voeden.
Het geslachte vlees werd gebruikt voor wintervoorraden én voor feestelijkheden zoals Sint-Maarten (11 november) en later Kerstmis. Sommige delen van het vlees werden meteen verwerkt (zoals worst), andere werden gedroogd, gezouten of gerookt. Het slachten was vaak een gemeenschapsgebeuren: buren hielpen elkaar, en het was een moment waarop families samenkwamen om te verwerken en te delen. Het leverde ook typische novembergerechten op, zoals bloedworst, balkenbrij en andere streekproducten.
Thuisslacht was de norm
Vóór de komst van moderne slachthuizen en regelgeving werden dieren aan huis geslacht. Het was eeuwenlang een essentieel onderdeel van het agrarische leven. Voor veel gezinnen op het platteland was vee – vaak een varken, soms een koe of geit – hun belangrijkste bron van vlees. Thuisslacht was dus een manier om eigen voedsel te produceren zonder afhankelijk te zijn van handel of slagers. Bovendien waren er tot ver in de 19e en begin 20e eeuw in veel dorpen geen officiële slachthuizen. Mensen slachtten daarom op het erf, vaak met hulp van een dorpsslachter of een ervaren buur. Vanaf de late 19e eeuw kwam er professionalisering van slachten, er kwamen hygiënewetten en inspecties en groei van slachthuizen. Hierdoor werd thuisslacht steeds meer beperkt. In veel landen, waaronder Nederland, mag het alleen nog onder strikte voorwaarden en vaak uitsluitend voor eigen gebruik, nooit voor verkoop. Er gelden strenge regels rond voedselveiligheid, dierenwelzijn en veterinaire controle.
Zelfslachtende slagers zetten ambacht voort
Een zelfslachtende slager is een ondernemer die naast een slagerij met winkel, bestemd voor consumentenaankopen ook een eigen slachtplaats heeft. In deze slachtplaats wordt op kleine schaal geslacht, voor eigen productie en verkoop of voor derden. Het ambacht van de zelfslachtende slager staat erg onder druk en sinds 2014 zijn zelfslachtende slagers verenigd in de VZS.
Kleinschalige slachterijen van groot belang voor behoud van erfgoedrassen
Ook als SZH hebben we grote zorgen over de situatie over de gevolgen van de krimp in kleine slachthuizen de Nederlandse oorspronkelijke rassen en daarom trekken we samen op met andere organisaties die zich inzetten voor kleinschalige veehouders, zoals Caring Farmers, Vereniging Zelfslachtende Slagers (VZS) en Herenboeren Nederland, om in overleg met ministerie en NVWA op zoek te gaan naar oplossingen. >> Lees meer
Lees meer:
- De slager die zelf slacht – Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland
- Meer over de Zelfslachtende slagers – KNS
- Slagerij ter Weele in Nieuws van de Dag (4 nov 2025) – Thuisslacht terug van weg geweest, we kunnen het nog!
- Overzicht van zelfslachtende slagers in Nederland (wel even het vinkje zetten bij ‘zelfslachtende slager’)
