Historie

Na de Tweede wereldoorlog ondergingen de landbouwhuisdieren in Nederland onder het motto ‘nooit meer honger’ een sterke selectie op de productie van melk, vlees of eieren.  Daardoor verdween er in korte tijd veel van ons levend erfgoed. Grote fokkerijorganisaties bepaalden de inzet van varkens- en kippenrassen. Daarnaast verdreef het gebruik van kunstmest de schapen van de hei en hield de trekker het paard op stal.

De oprichting van SZH

De verontrusting onder een aantal wetenschappers over deze ontwikkeling, leidde in 1976 tot de oprichting van de SZH.

De SZH kreeg als missie: ‘het in standhouden van de oude rassen’ en deze is door de jaren heen onveranderd gebleven. Ook het belang dat werd gehecht aan het behoud van de rassen, bleef onverminderd groot.  Zie hier de vier hoofdredenen uit 1976:

  1. Cultuur: Het behoud van oude huisdierrassen, producten van vroegere fokkunsten, is te vergelijken met het behoud van oude gebouwen en schilderijen.
  2. Wetenschap: omdat ze dichter staan bij de wilde diersoorten, zijn oude rassen interessant voor de studie van dierhistorie en domesticatie.
  3. Aanpassingsvermogen: oude rassen blijken soms betere weerstand te hebben tegen bepaalde ziekten.
  4. Erfelijke variatie: de variatie binnen de oude rassen geeft kansen om aan de grillen van de natuur of van de mens te voldoen.

Eerste succes: redding van hengst Baldewijn

Als eerste grote daad van de stichting werd in ’76 de toentertijd laatst levende Groninger hengst Baldewijn van het slachthuis gered. De SZH kocht met medewerking van het toenmalige ministerie van landbouw de hengst op. Het was de eerste succesvolle reddingsactie die leidde tot het behoud van een op sterven na dood ras.

Inventariseren en veiligstellen wat er nog was

Om per diersoort en ras de juiste beslissingen te kunnen  nemen,  heeft de SZH na de oprichting een totale inventarisatie gemaakt van alle oorspronkelijke en bedreigde Nederlandse landbouwhuisdierrassen. Op basis van dit rapport werd er eerst aan de meest kritieke rassen ondersteuning geboden.

De inventarisatie en registratie van de rassen is nu volledig in handen van de rasorganisaties. De SZH heeft een meer ondersteunende rol gekregen. Ook het Centrum voor Genetische bronnen Nederland, onder andere verantwoordelijk voor het veiligstellen van rassen in de genenbank, is mede door de SZH  tot  stand gekomen.