Kempisch heideschaap

"Een streekras dat inmiddels niet meer zeldzaam is"
1

Kenmerken

  • Geschikt voor educatie, huisdier en hobby en natuurbeheer
  • Kan gehouden worden in een een natuurgebied, erf met veel grond en grote tuin
  • Oorsprong van dierenras ligt in Limburg en Noord-Brabant

Status

  • Risico: Normaal
  • Aantal ooien: 9700
  • Trend laatste 15 jaar: groeiend

Gebruik

Kuddes met Kempische heideschapen zijn vooral vinden in het zuidelijke deel van Nederland, waar zij worden ingezet voor de begrazing van natuurgebieden en bij toeristische activiteiten en evenementen.

 

Uiterlijk

Het Kempisch heideschaap is hoogbenig, middelgroot en lang en heeft een statige houding. Het is net iets kleiner dan het verwante Veluws heideschaap, heeft een lange, gebogen kop zonder wol maar met glanzende haren. De wol is fijn, kort en crème wit van kleur. De kop en de poten zijn meestal wit, maar soms ook bruin of gespikkeld. De halflange staart is bewold. De neusspiegel is minder roze dan bij het Veluws heideschaap en de vacht valt niet in een scheiding zoals bij het Mergellanderschaap. Het Kempisch heideschaap heeft, op een enkele ram na, meestal geen horens en een gemiddeld gewicht van 55 kg.

Achtergrond

Dankzij de groeiende lakenindustrie kwamen de Kempische heideschapen vanaf de zestiende eeuw steeds vaker voor. In eerste instantie werden ze gehouden als wol producent en na het instorten van de wolmarkt werden ze via het traditionele heidelandbouwsysteem ingezet als producent van mest voor het verbouwen van Essen. Op zandgronden werden ze gehouden om overdag heidegebieden te begrazen en ’s nachts de mest in de potstal te deponeren. In 1811 behoorde de Kempen tot een van de meest schapenrijke gebieden in Nederland.

Waar er rond 1900 nog ongeveer veertigduizend Kempische heideschapen in Nederland over waren, was het ras vrijwel uitgestorven in 1960, vanwege de komst van kunstmest, het verdwijnen van de heide en de concurrentie van de bevleesde Texelaars. In 1967 is de Stichting Het Kempisch Heideschaap opgericht en door strenge selectie is er weer een zodanige raszuivere populatie opgebouwd dat het ras tegenwoordig niet meer zeldzaam is.

Een specifieke vraag?