Zwarte bij

"Deze zwarte beestjes houden de verspreiding van planten goed bij"
1

Kenmerken

  • Geschikt voor educatie, huisdier en hobby, landbouw en natuurbeheer
  • Kan gehouden worden in een een natuurgebied, erf met veel grond en grote tuin

Status

  • Risico: Kritiek
  • Aantal koninginnen:
  • Trend laatste 15 jaar: onbekend

Gebruik

De eilandpopulaties op Texel en Terschelling worden ernstig met uitsterving en hybridisering bedreigd, maar zijn nog wel geschikt om door strenge selectieprogramma’s als ‘zuivere’ populatie in stand gehouden te worden. In de rest van Nederland moet de inheemse zwarte bij als uitgestorven worden beschouwd. Lokaal worden initiatieven gestart om populaties op te bouwen met ecotypen uit Noorwegen, Zweden, Polen en België, die kenmerken van Apis mellifera mellifera bezitten.

Daarnaast wordt de West-Europese donkere honingbij in het gehele oorspronkelijke verspreidingsgebied (en ook in Nederland) bedreigd door de opkomst van hybride honingbijen die geselecteerd zijn op enkele, voor met name beroepsimkers, economisch voordelige kenmerken (honingopbrengst, zachtaardigheid).

Uiterlijk

Zwarte bijen zijn duidelijk van andere in Nederland voorkomende honingbijen te onderscheiden door hun donkere voorkomen, het opvallend brede en stomp afgeronde achterlijf met smalle viltbandjes en de lange donkere beharing van de kop en het borststuk. Donkere bijen hebben ten opzichte van andere West Europese honingbijen een korte tonglengte. Het patroon van de aders op de vleugels van zwarte bijen is onderscheidend van de beadering bij andere honingbijen. Imkers gebruiken daarom vaak het voor de Apis mellifera mellifera kenmerkende vleugeladerpatroon om de raszuiverheid van het bijenvolk te bepalen.

Achtergrond

De Zwarte bij kreeg in 1758 de Latijnse naam Apis mellifera mellifera toegewezen door Linnaeus. Apis is de aanduiding voor honingbij, en Apis mellifera is de verzamelnaam voor veertien verschillende ondersoorten, waarvan de Apis mellifera mellifera de Zwarte bij is.

Vereniging

De stichting De Duurzame Bij (DDB) en De Twentsche lmkersclub “ ’t Landras” zetten zich in voor het behoud van dit bijenras

  • De Twentse imkersclub ’t Landras laat vanaf 1980 nabij Haarle, op het bevruchtingsstation de Sprengenberg, jonge koninginnen bevruchten door zuivere vadervolken. Vanaf 2018 worden er ook vadervolken geplaatst in het Leuvenumse bos nabij Harderwijk.
  • De stichting De Duurzame Bij selecteert de zwarte bijenpopulatie niet alleen op de bovengenoemde uiterlijke kenmerken maar heeft ook als doel zwarte bijen te selecteren die varroatolerant zijn en dus zonder bestrijding van deze mijt overleven.
  • De stichting De Duurzame Bij gebruikt sinds 2002 het werkeiland Neeltje Jans als bevruchtingsstation. Sinds 2015 worden daar ‘zwarte’ darrenvolken afkomstig van Texel als vadervolk geplaatst.
  • DDB registreert imkers (kwaliteitskeurmerk van telers) en koninginnen en darrenvolken (stamboek) waarvan nageteeld en geselecteerd wordt.
  • De Duurzame Bij werkt aan een bestrijdingsvrije imkermethode met varroatolerante inheemse donkere bijen.
  • De Twentse lmkersclub “’t Landras” vormt sinds 1980 een teeltgroep met een bevruchtingsstation waar zwarte darrenvolken staan opgesteld.

Een specifieke vraag?