Theo Janssen: Promoter van het Gelders paard
Theo Janssen werd afgelopen zomer op de Nationale Dag van het Gelders Paard gehuldigd tot Promoter van het Jaar. Janssen is bekend als voorbrenger, liefhebber, bestuurslid en nog veel meer. Jaren geleden werd hij de vaste voorbrenger van de familie Peters en daaruit groeide een speciale band met Ferdinand Peters die samen met zijn vader Herman de preferente Gelderse hengst Alexandro P fokte. Deze twee heren, gezegend met een ‘Gelders hart’, gingen op een mooie herfstmiddag met elkaar in gesprek. Met toestemming van KWPN Magazine delen we hier een deel van dit mooie gesprek. Het volledige verhaal lees je hier.
Auteur en foto: Gemma Jansen
Op de foto zie je links Ferdinand Peters en rechts Theo Janssen.
Ferdinand en Theo hebben samen al een lange geschiedenis en vertellen graag over hoe het begon. Theo Janssen kreeg de liefde voor het Gelders paard van huis uit mee. “Ik kom uit een boerengezin, mijn vader werkte met paarden. Toen er bij ons thuis een tractor kwam, was mijn vader wel genoeg paardenliefhebber om onze Petunia aan te houden. Zij was een dochter van Hugenoot uit een merrie van Simon Bolivar. In de koeienfokkerij was mijn vader erg behoudend en wilde eigenlijk de moderne Holsteiner-stieren niet gebruiken. Met zijn merrie was hij wel heel vooruitstrevend en maakte in de fokkerij snel de overstap naar een sportpaard, door bijvoorbeeld Plesman te gebruiken voor Petunia.” Ook Ferdinand groeide op tussen de paarden. “Mijn grootvader had paarden en via mijn vader zijn mijn zussen Astrid en Margret, en ikzelf van jongs af aan al besmet met het paardenvirus.”
Verder kijken
Naast de paarden thuis keek Theo Janssen ook al vroeg in zijn leven hoe het er bij anderen aan toe ging. “Helaas overleed mijn vader toen ik pas zeventien jaar was en werd de boerderij van de hand gedaan. Toen ik een jaar of dertien was, zei mijn vader al tegen mij: ‘het wordt tijd dat je je voeten een keer bij een ander onder de tafel steekt’. Daarmee bedoelde hij dat ik verder moest kijken dan bij ons thuis en bij een ander iets moest gaan leren. Zo ben ik bij Hendrik te Luggenhorst terechtgekomen als stalknecht. Ik mestte de stallen, voerde de paarden en zag hoe Hendrik zijn jonge hengsten trainde voor de hengstenkeuring. Hendrik leerde mij het vak van voorbrengen en zo werd ik zijn vaste voorbrenger. In die tijd bracht Hendrik veel hengsten voor op de hengstenkeuringen. Ik bezocht van jongs af aan al hengstenkeuringen, maar moest als voorbrenger in het begin wel even wennen. Ik had aan die jonge hengsten soms de handen vol, dat kwam vooral door de entourage. Hengelo is niet zover bij mijn woonplaats vandaan, ook daar ging ik graag bij de Dag van het Gelders Paard kijken en ik werd er op gegeven moment ook gevraagd als voorbrenger. Ik heb onder ander de Gelderse hengst Bazuin gemonsterd en uiteindelijk werd ik vaste voorbrenger van de familie Peters, voor zowel de merries als veulens. Daarnaast ben ik ruim vijftien jaar actief voorbrenger geweest op hengstenshows,
veulenveilingen en keuringen, een prachtige tijd was dat.”
Speciale plek
Theo weet nog dat Herman het altijd heel mooi vond als de paarden hun staart erop zetten. “Op een keer vroeg hij me of ik wilde lopen met een jonge hengst van de familie. Deze stond bij Jos Peters in training. Op een zondagochtend zag ik Alexandro P voor het eerst. Ik moest hem twee keer over de weg draven; hij werd steeds groter, zette zijn staart erop, begon te snurken en hij leek wel te zweven. Niet normaal die beweging, zoiets had ik nog nooit naast me gevoeld. De rest is geschiedenis. Hij werd de kampioen van zijn jaargang op de hengstenkeuring, presteerde sterk tijdens het verrichtingsonderzoek en werd met hoge cijfers goedgekeurd. Ik mocht de ereronde met hem doen, geweldig was dat. Hij kwam groot op de voorpagina van de Paardenkrant met als kop ‘onvermoeibaar’. Ik heb toen het eerste rondje met hem gelopen en mocht ook het laatste optreden met hem doen. Dat was met het publiekelijk afscheid tijdens de hengstenshow Gelders Paard in Ermelo, hoewel hij op dat moment wel een iets betere conditie had dan ik. Een andere speciale herinnering is de keer dat ik voor Ferdinand een merrie en een veulen mocht voorbrengen tijdens de opening van het KNHS Centrum door koning Willem-Alexander, dat was ook een geweldig ervaring.”
Sluipmoordenaar
Peters vertelt enthousiast verder over zijn paarden. “Ik dek eigenlijk het liefst met Gelderse hengsten, maar bijna alles hier op stal voert bloed van Koss of Alexandro P. Dus de keuze wordt dan wel behoorlijk beperkter. Ik heb sinds twee jaar een dochter van de bekende Reine B op stal staan. Deze stermerrie, Jolie Reine B van Cachet L, voert ook nog het klassieke Vincent-bloed en zij heeft nu een hengstveulen van Obsession Taonga aan de voet en ik heb haar dit voorjaar gedekt met Alexandro, dat is helaas niet gelukt. Aankomend voorjaar probeer ik het weer, dat is een combinatie waarvan ik eigenlijk best veel verwacht. Hoewel ik een voorkeur heb voor paarden met veel formaat hou ik ook van een scheutje veredelingsbloed en ik houd natuurlijk rekening met het percentage verwantschap. Daarom maak ik wel eens een uitstapje naar de dressuurhengsten. Ik heb hier een driejarige mooie en grote dochter van Vivino, deze Senorita Tilde uit Madame-Tilde heeft een hele mooie cadans in beweging en lijkt een ideaal paard om weer verder mee te fokken in de Gelderse richting.”
Binnen de perken
Theo plaatst daar wel een kanttekening bij: “Dat toevoeren van dressuurbloed moet wel een beetje binnen de perken blijven, want ik ben dit jaar op de sportdag voor Gelderse paarden geweest en dan zie dat de paarden wel steeds rijtypischer worden. Daar ligt een uitdaging voor de Fokkerijraad, want een Gelders paard moet wel meteen herkenbaar zijn. Het is een typefokkerij en dat type is wel vastgelegd. Op de keuringen zijn er ook dit jaar paarden geen ster of keur geworden, omdat ze teveel op een dressuurpaard lijken. Dat is een goede zaak, want je moet wel duidelijk zijn naar de fokkers en vasthouden aan de uitgezette koers. Wat verwantschap aangaat heb je gelijk, want minder variatie in een populatie zorgt voor een hogere verwantschap en dan loop je uiteindelijk vast, net zoals bij de Friezen het geval is. Een hoge verwantschapsgraad is een soort sluipmoordenaar: als je het opmerkt, ben je eigenlijk al te laat.”
Onmisbare smaakmakers
Theo: “Vroeger werd het Gelders paard gezien als vergaarbak; alle rij- en tuigpaarden die net niet goed genoeg waren, kwamen daarin terecht. Dat stoffige imago zijn we al enige tijd kwijt. Gelukkig, want dat moeten we niet willen zijn. Steeds meer Gelderse paarden kunnen heel goed meekomen in de sport. Hengsten zoals Henkie, die heel goed presteerde op het WK voor Jonge Dressuurpaarden, Odin en Ojee-B die het heel goed doen in de dressuurring en verschillende Gelderse paarden op het hoogste niveau in de mensport, zijn onmisbare smaakmakers voor onze fokkerij. Voor een goeie Gelderse haalt niemand zijn neus meer op tegenwoordig. Ik werd uitgeroepen tot Promoter van het Jaar, maar ik kan het niet vaak genoeg zeggen: die titel draag ik op aan alle fokkers van het Gelders paard, al die mensen die zoveel tijd, moeite en geld steken in het in stand houden en steeds verbeteren van dit geweldige paard.”
Dit is een deel van een artikel uit het KWPN Magazine (december 2025, nummer 10). Het volledige artikel kunt u hier lezen.
Bron: KWPN
Tekst: Gemma Jansen
Foto: Gemma Jansen
