logo SZH

Hollandse Herder

Rasbeschrijvinghollandse herders 3 varieteiten foto Ron van Dijk

Het ras kent drie variëteiten. Ze kunnen een langharige kort- of ruwharig vacht hebben. De ruwharige is zeer zeldzaam. Voor alle variëteiten geldt voor teven een schofthoogte van 55-60 cm en voor reuen een schofthoogte van 57-62 cm. Bij de kort- en langharige worden de kleuren goudgestroomd en zilvergestroomd erkend en ze hebben bij voorkeur een masker. De ruwharige kan de volgende kleuren hebben: blauwgrijs, peper-en-zout, goud- of zilvergestroomd.

Geschiedenis

De oorsprong van de Hollandse Herdershond ligt op het platteland. In Nederland kwamen vanouds cultuurlandschappen voor zoals heidevelden. Daar graasden schaapskuddes. De honden moesten de schapen uit de velden met landbouwgewassen houden en dat deden ze door naast de kudde te patrouilleren op wegkant of akkerrand. Ook op de boerderij waren ze manusje van alles, van het trekken van de melkkar, koeien ophalen tot het bewaken van het erf toe. De honden werden er verder op gefokt om met weinig eten (wat karnemelk en roggebrood) te overleven. Rond 1900 waren de schaapskuddes grotendeels verdwenen en raakte de Hollandse Herder die functie kwijt.

In de negentiende eeuw kwam het begrip ras in opkomst. De eerste rasbeschrijving van de Hollandse Herder uit 1875. Het dier werd toen nog ‘Inlandse Herdershond’ genoemd. In 1878 wordt voor het eerst gesproken van Hollandse Herdershond. In 1898 wordt in Utrecht de Nederlandse Herdershondenclub opgericht.

Er werden toen zes variëteiten onderscheiden: kortharig, middelharig, langharig met staand haar, langharig met liggend haar, stekelharig en ruwharig. In de eerste rasstandaard was kleur onbelangrijk en aan kop, borst, tenen en staartpunten kwam veelvuldig wit voor. De schofthoogte was 46-60 cm. In 1906 werd het aantal haarvariëteiten terug gebracht tot de huidige drie, kort-, ruw- en langhaar. De minimumhoogte voor teven werd op 50 cm en voor reuen op 55 cm gesteld.

Gebruik

Door de taken die de Hollandse Herders vroeger hadden, moesten boeren op de hond kunnen rekenen. Dat betekende dat ze betrouwbaar en trouw moesten zijn, dat ze zelfstandig kunnen werken, initiatief kunnen vertonen maar ook goed luisteren naar de baas. Het hoeden van schapen is vaardigheid van deze honden. De veelzijdigheid en het karakter van de Hollandse Herdershond die nodig waren voor de taken van vroeger, maken hem nu geschikt voor dressuur. Zo blijkt het ras uitermate geschikt te zijn als politiehond, speurhond en blindengeleidehond. De meeste honden van dit ras blijken bovendien het instinct voor schapen hoeden nog steeds te hebben.

Fokkerijorganisatie

Nederlandse Herdershonden Club
Website

Snel naar

Over

Fokkers

Houders en beheerders

Beleven en laten beleven

Meedoen

©2017 Communicatiebureau de Lynx
×