logo SZH

Twentse Landgans

RasbeschrijvingTwentse Landgans

De Twentse Landgans is het oudste en nog enige overgebleven Nederlandse ganzenras, gehouden voor verschillende nutdoeleinden als dons, veren, vlees en eieren. Als gevolg van de kenmerkende Twentse roggeteelt, kwamen de ganzen tot een vervroegde leg vanaf de herfst.
Vanwege de hogere prijs voor witte dons, was het merendeel van de Twentse Landgans wit. Bij de bonte dieren waren de plukdelen hals, borst en buik ook wit. Tegenwoordig genieten de bonte Twentse Landganzen de voorkeur. De Twentse Landgans is een lichte, nauwelijks middelzware, beweeglijke gans met een horizontale lichaamshouding met een middelhoog gesteld lichaam. De gans weegt 4,0 – 5,0 kg en de gent 5,0 – 6,0 kg. Opvallend is het blauwe oog bij de beide kleurslagen wit en bont. Bij de meeste bonte ganzenrassen is de oogkleur bruin.

Geschiedenis

De beschreven geschiedenis van de Twentse landgans gaat terug naar de late middeleeuwen. Dat de gans belangrijk was, blijkt wel uit Pacht- en Markeboeken waarin het aantal ganzen per houder hiërarchisch gereguleerd werd. Daarnaast lag het aantal het aantal ganzen vaak hoger dan het aantal kippen per erf. De hoogtijdagen van de Twentse Landgans liggen in de periode 1840 – 1914 toen jaarlijks tienduizenden jonge ganzen werden opgefokt en eerst te voet en later per treinwagons naar Rotterdam werden gebracht voor verscheping naar Londen. Gedurende deze periode werden de volwassen ganzen tot vier keer per jaar geplukt. De plaatsen Enter, Goor en Gelselaar speelden hierbij een belangrijke rol. Vanaf de eerste Wereldoorlog werd Duitsland vanwege de Nederlandse neutraliteit de belangrijkste afzetmarkt. In 1946 toont de rijkspluimveeteeltconsulent J. Hoogendoorn met de 200 pagina’s tellende uitgave “Ganzen en Ganzenteelt” de toentertijd belangrijke economische rol van de Twentse Landgans binnen de Nederlandse ganzenhouderij.
Vanaf 1960 is deze rol uitgespeeld waarna de Twentse landgans gelijk de Groninger Landgans, de Noord-Hollandse gans, de Zuidenaar en de Maasgans rond 1995 lijkt uitgestorven. In eerste instantie wordt een terugfokpoging ingezet op basis van lokale boerenganzen en op de Twentse Landgans gelijkende Diepholzgans. Op basis van deze hernieuwde aandacht, worden begin 2000 in en rond Twente nog enkele oorspronkelijke kleine Twentse Landganzen gevonden die ook nog over de herfstleg blijken te beschikken. In 2013 wordt door het Centrum voor Genetische bronnen het genetisch materiaal van de Twentse Landgans vastgelegd in de genenbank.

Gebruik

Eertijds voor dons, vlees, schrijfwaar, pijlen, eieren. Tegenwoordig als erfgans en showdier.

Bijzonderheden

De Twentse Landgans heeft als gevolg van regionale landbouwmethoden de legperiode vervroegd tot de herfst.

Status

Kritiek: minder dan 20 fokkers houden 125 fokdieren (rond 1900: > 100.000).

Fokcentra

Fokcentrum Herinckhave, Fleringen.

Informatie

Nederlandse Vereniging voor Gedomesticeerde Watervogelfokkers
Website

 

Snel naar

Over

Fokkers

Houders en beheerders

Beleven en laten beleven

Meedoen

©2017 Communicatiebureau de Lynx
×