Veluws heideschaap

"Kuddes van voornaam ogende Veluwse heideschapen stonden model voor de schilderijen van Mauve"
1

Kenmerken

  • Geschikt voor educatie, huisdier en hobby en natuurbeheer
  • Kan gehouden worden in een een natuurgebied, erf met veel grond en grote tuin
  • Oorsprong van dierenras ligt in Gelderland, Noord-Holland, Overijssel en Utrecht

Status

  • Risico: Bedreigd
  • Aantal ooien: 1838
  • Trend laatste 15 jaar: groeiend

Gebruik

Veluwse heideschapen worden tegenwoordig met name ingezet voor natuurbegrazing van heidegebieden op de zandgronden van de Veluwe en vormen zo een belangrijke toeristische attractie. Het rustige karakter maakt ze makkelijk te hoeden en deze kalme en vriendelijke schapen zijn zeer eenvoudig handtam te maken en laten zich makkelijk lokken en aaien. Deze eigenschappen maken ze ook ideaal voor zorg- en kinderboerderijen of andere plaatsen met veel recreanten.

De hoogpotige schapen kunnen grote afstanden afleggen en zijn gewend om te leven van schrale heidevegetatie. De wol is grof, maar van betere kwaliteit dan die van het Drents heideschaap. Dankzij de verwantschap aan het Kempisch heideschaap zou de vleeskwaliteit goed moeten zijn.

Uiterlijk

Het Veluws heideschaap is een opvallend groot, lang en hoogbenig schaap, met een schofthoogte rond de 95 cm en een gewicht tussen de 70 en 80 kg. De kleur is crème wit met op de kop en poten soms enkele donkere stippen. De wol is afhangend en draderig, zonder krulletjes. De ongehoornde kop met de gebogen neuslijn en donkere ogen en wimpers is begroeid met zijdeglanzende haren. De lange, tot onder de hak hangende, staart is ruig begroeid met wol.

Achtergrond

Vanaf de zestiende eeuw werden Veluwse heideschapen gehouden op de zandgronden van de Veluwe. De Veluwse schapenhouders profiteerden van de groeiende lakenindustrie rond Leiden en de schapen werden in eerste instantie dan ook vooral gehouden als wolproducent. Later werden ze in grote aantallen ingezet op de zandgronden als producent van mest voor de essen via de begrazing van schrale heidevelden. Lammeren werden afgemest op de rijke kleigronden langs de IJssel, de Rijn en de toenmalige Zuiderzee en in de Betuwe.

Het aantal Veluwse heideschapen daalde in de negentiende eeuw drastisch, doordat de kunstmest heideschapen overbodig maakte als mestleveranciers, en de schaapskuddes ook nog beschuldigd werden van het veroorzaken van zandverstuivingen. Met hulp van SZH lukte het in de jaren 1970 om een vrij raszuivere populatie Veluwse heideschapen op te bouwen en nu begrazen 8 grotere kuddes opnieuw de Veluwse heidegebieden.

Een specifieke vraag?