logo SZH

Varkens

Het varken behoort tot het geslacht Sus en is sinds het Mioceen (tussen 25 en 2 miljoen jaar geleden) bekend in Oost-Azië. Binnen de soort van het wilde zwijn (Sus scrofa) komt veel variatie voor en hiervan stammen alle gedomesticeerde varkens (Sus scrofa domesticus) af.

In Nederland kwamen in het begin van de negentiende eeuw twee typen varkens voor, een klein steilorig varken en een groot grootorig varken. De eerste had kleine, steile oren, korte stevige benen en was overwegend wit van kleur met fijne borstels. Dit ras is in het midden van de negentiende eeuw geheel verdrongen door het grote grootorige varken. Dit grootorige varken had een vuilwitte kleur, soms geelachtig, en was laatrijp. Ook kwamen bij dit ras bonte en zwarte varkens voor. De oren waren hangoren (loboren). Het lichaam was bezet met lange borstels.

In de loop van de negentiende eeuw zijn diverse rassen ingevoerd om het grootorige varken om te vormen tot een vroegrijper en sneller groeiend varken. Uit Engeland werden o.a. de middelsoort Yorkshire (Middle White), de grote Yorkshire (Large White), de Berkshire en de Tamworth ingevoerd. Er werd in het wilde weg met deze rassen gekruist. Onder invloed van de grote Yorkshire is uiteindelijk de Nederlandse Groot Yorkshire ontstaan.

Tegelijkertijd werd op andere plaatsen in Nederland het groot-orige varken m.b.v. het Veredelde Duitse Landvarken en het Deense Landvarken veredeld tot het Nederlandse Landvarken. Beide varkensrassen zijn uniforme witte vleesvarkens. Een opmerkelijk verschil is de stand van de oren. Bij de Groot Yorkshire staan deze omhoog in tegenstelling tot het Nederlandse Landvarken waarbij de oren hangen.

 

Snel naar

Over

Fokkers

Houders en beheerders

Beleven en laten beleven

Meedoen

©2017 Communicatiebureau de Lynx
×