logo SZH

Schapen

Op deze website worden de zeldzame Nederlandse schapenrassen ingedeeld in de heideschapen en de weideschapen. De groep van de heideschapen bestaat uit het Veluws Heideschaap, het Kempisch Heideschaap, het Drents Heideschaap en de Schoonebeeker. Tot de weideschapen behoren het Mergellandschaap, het Zwartblesschaap, het Fries- en Zeeuwsmelkschaap en de Blauwe Texelaar.

Schapen in het algemeen

Het gedomesticeerde schaap stamt af van het wilde schaap (Ovis ammon). Dit wilde schaap komt in meerdere variëteiten voor in een gebied dat zich uitstrekt van het Midden-Oosten tot in Azië en verder tot in het oosten van Noord-Amerika. In Azië en in het westen van Iran komt de Europese Moeflon voor. Dit is een zeer vroeg verwilderd schaap. In het westen van Azië komt de Urial voor, in Midden-Azië vinden we de Argali en de Dikhoorn komt in het noordoosten van Azië en in Noord-Amerika voor.

De Aziatische moeflon wordt over het algemeen beschouwd als de wilde voorouder van het schaap, hoewel de Argali waarschijnlijk ook een bijdrage geleverd heeft.

Vanuit het Midden-Oosten heeft het gedomesticeerde schaap zich geleidelijk over grote delen van de wereld verspreid. In Nederland is het houden van schapen omstreeks 5000 v. Chr. begonnen. Die schapen kunnen er ongeveer hebben uitgezien als onze huidige (gehoornde) Drentse heideschapen.

Uit dit type schapen is in de loop van de eeuwen een aantal verschillende rassen ontstaan door natuurlijke selectie aan de verschillende leefomstandigheden (grondsoort, klimaat en dergelijke) en door selectie door de mens (fokkerij).

Op basis van het gebruik en de leefomstandigheden delen we de Nederlandse rassen in in de heideschapen die ontstaan zijn op voedselarmste gronden, en de weideschapen ontwikkeld op voedselrijkere gronden.

Heideschapen

In de negentiende eeuw trokken grote kudden heideschapen over uitgestrekte ruige terreinen. De voornaamste reden daarvan was dat de dieren mest produceerden. De schapen vraten overdag van de vegetatie en werden ‘s nachts opgestald. De dieren mestten in de stal. De herders mengden de mest met heideplaggen en verspreidden het mengsel daarna over de schrale akkers. Met de komst van kunstmest werden de heideschapen overbodig. Hun aantal nam snel af en ze werden met uitsterven bedreigd.

Tegenwoordig maken we met behulp van de oude rassen de ontwikkeling van de landbouw en veehouderij in de afgelopen eeuwen inzichtelijk. De schapen vormen zowel in cultuurhistorisch als in visueel-landschappelijk opzicht een belangrijk element. Daarnaast krijgen de dieren weer waardering voor de belangrijke functie die ze vervullen binnen het natuurbeheer.

De heideschapen worden verder onderverdeeld in grote heideschapen en kleine heideschapen. De grote heideschapen zijn het Veluwse heideschaap, het Kempische heideschaap en de Schoonebeeker. Het Drentse heideschaap is het enige kleine heideschaap.

Weideschapen

Weideschapen worden van oudsher gehouden op de rijkere gronden, langs de kust op de zware klei of langs de rivieren. Ook op het rijke mergelland met zijn geheel eigen vegetatie zijn de schapen gewend aan voedselrijkdom.

Tot de weideschapen behoren het Mergellandschaap, het Zwartblesschaap, het Fries- en Zeeuwsmelkschaap en de Blauwe Texelaar.

 

Snel naar

Over

Fokkers

Houders en beheerders

Beleven en laten beleven

Meedoen

©2017 Communicatiebureau de Lynx
×