logo SZH

Witrik

Rasbeschrijving

Witrik, roodbont

De Nederlandse witrug, witrik, ruggeling of aalstreep is geen ras in de zin dat de kleurtekening van het dier altijd vererft. Het is een kleurslag, dat wil zeggen dat de kleuraftekening soms vererft, soms niet. Bovendien is er grote variatie in de kleuraftekening. Er zijn dieren die de witrik aftekening op een egaal haarkleed hebben, naast symmetrisch gespikkelde dieren en bijna witte witrikken met alleen gepigmenteerde oren en soms gevlekte poten.De kenmerken van de ideale witrik zijn: een witte aalstreep over de gehele nek en rug, deze aalstreep moet ter hoogte van de lendenwervel de breedte van die lendenwervel hebben; een witte staart; een witte onderzijde; en bij voorkeur een aan beide zijden gespikkelde kop. Stichting “de Witrik” maakt onderscheid tussen het “Oude type”, dat op het kruis maximaal 1,40 m. hoog is, een ruime voorhand, veel inhoud en weinig openheid heeft en een middelzwaar bespierd is, en de overige types, die de goede kleuraftekening hebben, maar verder alleen beoordeeld worden op beenwerk en het uier.

Geschiedenis

De witrik heeft oude papieren. Van een gerechtelijke verkoping in Monnikendam in 1344 is bekend dat er negen zwarte witrikken, twee rode en een witte witrik verkocht werden. Ook op middeleeuwse schilderijen komt de witrik voor. Zo moet het kleurslag eeuwenlang een belangrijk deel van de Nederlandse veestapel hebben uitgemaakt.

Bij de invoering van het Nederlands Rundvee Stamboek (1874) en het Fries Rundvee Stamboek (1879) werd echter gekozen voor slechts drie rundveerassen: de zwartbonte, de roodbonte MRIJ en de blaarkop. Witrikken, valen en baggerbonten werden niet erkend, en witrik- en ander kleurslagstieren mochten niet meer worden gehouden. Maar omdat veel boeren, overtuigd van de goede productie-eigenschappen van de witrik, deze dieren min of meer in het geheim hielden, stierf het kleurslag niet uit. In de jaren vijftig van de vorige eeuw keerde het tij. Onder de inspirerende leiding van Willem Geldof uit Papendrecht werd de rundveeverordening van 1950 geschrapt. De vereniging “het Nederlandse Aalstrepen stamboek” werd in 1953 opgericht, maar het kwam in de praktijk niet veel verder dan een adresboek. Het NRS erkende de vereniging niet.

De witrikfokkerij werd echter door een flink aantal veehouders voortgezet, als zuivere teelt of gekruist met bonten. Door de laatste praktijk heeft het merendeel van de Nederlandse witrikken tegenwoordig veel Holstein–Friesian of Red Holstein bloed. Maar er zijn ook een aantal boeren en hobbyisten die rustig doorgaan met het fokken van “fries-hollandse” witrikken of met MRIJ-typische witrikken. Het aantal witrikken in ons land werd in 1995 door de Stichting Zeldzame Huisdieren (SZH) geschat op 3000. Daarmee is het een kwetsbare diersoort.

Bijzonderheden

De Witrik is in sommige regio’s bekend onder een lokale naam:

Friesland: Wytrêch
Drente: Griemel
Gelderland: Spikkel, streeprug, ruggeling, aalstreep en stippeltje
Utrecht: aalstreep, ruggelder
Zuid-Holland: witruggel of ruggel(ing)

Fokkerij organisaties

Stichting “de Witrik”
Website

Snel naar

Over

Fokkers

Houders en beheerders

Beleven en laten beleven

Meedoen

©2017 Communicatiebureau de Lynx
×