logo SZH

Inspiratiediner ‘rassen die blijven passen in natuurinclusieve landbouw’

geplaatst op: 19 juni 2018 | door: Nonja Remijn

Ruim 40 deelnemers schoven aan tafel op 19 april om te debatteren over de kansen van de verschillende runderrassen in de natuur-inclusieve veehouderij. De organisatie lag in handen van de Nederlandse Zoötechnische Vereniging (NZV) en de Stichting Zeldzame Huisdierrassen (SZH). We waren te gast op biologische boerderij Veld en Beek.

Jan Wieringa, zelf lid van de NZV én tevens houder van de zeldzame rassen en nauw betrokken bij de SZH nam ons mee in zijn visie over voedselproductie. ‘Wij doen wat de consument wil’. Tot in het extreme, want Jan heeft met veld en Beek een coöperatie opgericht, waarmee hij de consumenten eigenaar heeft gemaakt van zijn blaarkopkoeien, en laat meebeslissen over zijn onderneming. Vragen als ‘wil je melk van gras, of wil je melk van krachtvoer en wil je melk van een gangbaar ras, of liever melk van een oer-Hollands zeldzaam geworden ras’ nemen de consument mee in de keuze van de houderij en de rassen die daarin passen. Een geslaagd model, aldus Jan.

Voor de avond waren drie sprekers uitgenodigd, waarbij elke spreker met een aantal stellingen afsloot waarna onder het genot van het gerecht een moment was om hier in kleiner verband over door te praten. Gerechten werden bereid door Slowfood chefkok Inge van der Hall, en bestonden uit bijzondere vergeten granen, en groente, fruit en vlees en zuivel van natuur-inclusieve houderijen met traditionele Nederlandse rassen.

Eerste spreker was Richard Crooijmans, universitair docent Animal Breeding and Genetics aan de Wageningen UR. In zijn lezing nam hij ons mee in de domesticatie van de runderen en de verandering van het genetische materiaal van oerrund tot moderne koe. ‘De foutjes die mooi werden gevonden’, ofwel de mutaties of spontane veranderingen waarmee het ene dier verschilde van zijn verwanten, waren aanleiding tot het selecteren op deze eigenschappen. Informatie over de migratie van de runderen kan ons veel vertellen over de oorsprong van de runderrassen. Met de nieuwste technieken is veel inzage te geven in hoeverre verschillende populaties zoals de MRIJ, de FH, of een buitenlands ras genetisch van elkaar verschillen. Ook is de diversiteit binnen een ras op deze manier inzichtelijk te maken. Belangrijk, stelt Richard, want de diversiteit van een totale populatie van een ras kan gezond lijken, maar zoem je in op de individuele fokker, dan kan blijken dat fokkers gesloten veestapels hebben met veel inteelt, waardoor subpopulaties binnen een ras kunnen ontstaan.

Met de stellingen ‘in Nederland is geen ruimte voor traditionele rassen’, ‘de beste manier van behoud is om alle dieren te combineren tot 1 ras van voldoende omvang’, en ‘de fenotypische variatie wordt onderschat en verdient meer onderzoek’ en een boekweitpannekoekje met rundertong werd het diner geopend.

Dat er ruimte is voor de traditionele rassen werd door de deelnemers wel beaamd, maar dan moet er wel een economisch perspectief mee gemoeid zijn. Het was voor de tweede spreker geen enkel punt om hier zijn visie over te geven. Maurits Tepper ruilde een aantal jaar geleden zijn stropdas in voor een overal en werkt sindsdien als biologische blaarkopboer op Eytemaheert in Drenthe. Zijn lezing ging over de ‘Comeback cow’. Van zijn familie kreeg hij mee, als je een koe wil hebben met opbrengst, dan moet dat een ras zijn met lage vee arts kosten, een sobere voerbehoefte en een lekker stuk vlees. Met zijn voorliefde voor de blaarkop was de keuze toen snel gemaakt. Om het economisch perspectief van de dubbeldoelrassen over te brengen nam hij verrassend de oliepiek als voorbeeld. En hij waarschuwde de zaal. Mocht er over 15 jaar geen olie meer zijn en die ontwikkeling is niet ondenkbaar, dan heeft dat desastreuze gevolgen voor de landbouw. En zijn we verplicht terug te vallen op lokale productie, minder logistieke kosten, gemengde bedrijven en samenwerking tussen collega boeren. Ook de voedselproductie moet efficiënter, waarbij minder ruimte is voor gebruik van energie, geen import van voer of gebruik van bijvoer mogelijk is, de koe naar het voer gebracht moet worden in plaats van andersom, en we de mest op eigen grond moeten zien te verwerken. In deze kringlooplandbouw moet worden gezocht naar optimaal landbouwgebruik, en daarbij zijn de traditionele rassen het beste in te zetten. Wel stelt Maurits dat we niet terug hoeven naar vroeger. ‘We hebben geweldige high tech ontwikkeld, waar we veel mee kunnen meten, en we beter kunnen handelen met alle data die hierin te leveren is.’

In de discussie tijdens hoofdgerecht werd dieper ingegaan op de ontwikkelingen van de grotere en kleinere ondernemers. En geconstateerd werd dat er in elke sector voorlopers, grote massa, en achterlopers zijn. Helaas worden de traditionele rassen nog wel als achterlopers gezien (mogelijk vanwege het woord ‘zeldzaam’, wat eigenlijk niet voldoende de kwaliteiten van de rassen benoemd) maar misschien mogen de houders met deze rassen en een natuur inclusieve onderneming zich juist wel voorloper noemen.

Derde spreker, innovatie manager bij CRV Sijne van der Beek, bracht weer een ander licht op het thema van vanavond. Met beelden van Fleckvieh in de alpenweides, Jerseys op Texel en kruislingen van Holstein x Gir op Brazilie liet Sijne zien dat er veel rassen en kruisingen van rassen in het op het oog natuur inclusieve landschap passen. Zo zullen er ook traditionele rassen passen in de gangbare landbouw, is zijn mening.

Zijn stelling luidde dan ook dat elke koe past in natuur inclusieve landbouw, en dat er in deze vorm van landbouw in ieder geval scherp geselecteerd moet worden op gezonde dieren, die zo efficiënt mogelijk voer omzetten in dierlijke producten.

Deze uitspraken gaven stof tot napraten tijdens het nagerecht: gekarameliseerde appeltjes en een advocatenhangop met zuivel van de blaarkop.

In de plenaire discussie werd wederom het verdienmodel genoemd, dat in geval van de koplopers, en dus de natuur inclusieve boeren, veel meer inkomsten zal kennen dan alleen die van de dierlijke producten. En benadrukt werd de rol van de maatschappij en die van de overheid, om haar verantwoordelijkheid te nemen voor de instandhouding van de genetische voedselbronnen en daarmee de biodiversiteit. Want het is zeker geen taak van de boeren alleen.

Veel van de aanwezigen deze avond hebben een universitaire achtergrond waarmee ook het belang van het onderzoek nogmaals werd aangehaald. We weten nog weinig van de genetische achtergrond van de runderrassen, en ook de fenotypische variatie hierbinnen. Meer onderzoek zal ons straks ook meer kunnen vertellen over de waarde die de verschillende rassen hebben voor de toekomst.

Belangrijkste om mee naar huis te nemen? Dat de passie voor de dieren uitgangspunt moet blijven.

Ook interessant om te lezen:

Schatbewaarders levend erfgoed op de Eytemaheert

Verslag over inspiratie bijeenkomst ‘Fantastisch Vlees’

Snel naar

Over

Fokkers

Houders en beheerders

Beleven en laten beleven

Meedoen

©2019 Communicatiebureau de Lynx
×