logo SZH

Eenden

De tamme eend stamt af van de wilde eend (Anas platyrhynchos), die zijn verspreidingsgebied heeft in Europa, Noord-Afrika, Azië en Noord- Amerika. De eend werd ongeveer 3.000 jaar geleden voor het eerst gedomesticeerd in Azië en dat de tamme eend van daaruit in Europa is terechtgekomen. Bekend is dat ook de Romeinen tamme eenden hielden voor vlees en eieren. Vanaf de 14e eeuw zijn in ons land eendenkooien bekend waar wilde eenden gevangen werden. Dit gebeurde door gebruik te maken van halfwilde lokeenden of het ‘kwakertje’. Na oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie werden eenden voor de productie van eieren uit de Aziatische landen meegebracht. In de 17e eeuw wordt de legcapaciteit van de krombekeend al beschreven. Tot aan de 20e eeuw waren eenden de belangrijkste eiproducenten waarbij 200 eieren per jaar voor de Noord-Hollandse witborsteend op fokstations geen uitzondering waren. Op basis van vele schilderijen en tekeningen uit de 17e eeuw is de aanwezigheid bekend van de krombekeend, gekuifde eenden en een specifiek bont getekende eend. Deze bont getekende, soms gekuifde dieren zijn in Nederland als ras en kleurslag verdwenen, maar komt nog voor bij de Belgische Huttegemse eend en de Duitse Hochbrutflugente. Na 1900 werden de oude eendenrassen vervangen door de Pekingeenden als slachteenden en de Khaki Campbell als legeenden. Rond 1940 waren er zo’n 750.000 legeenden in Nederland.

Snel naar

Over

Fokkers

Houders en beheerders

Beleven en laten beleven

Meedoen

©2017 Communicatiebureau de Lynx
×