logo SZH

Belang van behoud

Waarom is het zo belangrijk om de rassen te behouden?  Daar zijn meerdere redenen voor:

1. Het ras heeft cultuur historische waarde. Veel van de rassen die in Nederland momenteel worden gehouden, hebben ook een echte Nederlandse oorsprong die soms heel ver teruggaat. Ze hebben in de loop der eeuwen een belangrijke rol gespeeld in het leven van de Nederlanders. Dat is op zich al een belangrijk argument om ze te bewaren en ze kunnen helpen onze levensgeschiedenis aan nieuwe generaties te vertellen en te illustreren.

2. Het ras heeft ecologische waarde. In Europa groeit het besef dat in veel gebieden de ecologische waarde bepaald wordt door het landschap, de aanwezige natuur en de agrarische activiteiten die plaatsvinden. In deze combinatie passen rassen die van nature voorkomen in die gebieden en die kunnen helpen als graasdier om de ecologische waarde in stand te houden.

3. Het ras heeft momenteel een sociaal economische waarde. Naast de sterk gespecialiseerde veehouderij staat een multifunctionele veehouderij met een breed scala aan doelstellingen. In deze veelvormigheid wordt soms gebruik gemaakt van de gangbare gespecialiseerde rassen. Maar omdat de productie van de dieren niet de hoogste prioriteit heeft, is er ook volop ruimte voor andere rassen. Sterker nog, de minder gangbare multifunctionele rassen passen bij uitstek in deze vormen van veehouderij en worden daar ook volop benut. Voorbeelden zijn het produceren van streekproducten op zorgboerderijen.

4. De mogelijkheden voor toekomstig genetisch onderzoek open te houden. Rassen zijn ontwikkeld tot populaties met een unieke genetische samenstelling. Ze zijn uniek omdat ze een unieke combinatie van genen en van allelen hebben of omdat ze een allel bezitten dat tot een unieke eigenschap leidt. Momenteel geven de ontwikkelingen en de toepassingen van de moleculaire genetica het fokken van dieren een geheel nieuwe dimensie. Centraal in deze ontwikkelingen staat de zoektocht naar de genen en allelen die ten grondslag liggen aan de productie eigenschappen, de kwaliteit van de producten en de gezondheid en de vruchtbaarheid van de dieren. In deze zoektocht is een brede genetische variatie in genotypen en in allelen van groot belang voor het behalen van succes.

5. De mogelijkheden te behouden om toekomstige vragen uit de markt te kunnen beantwoorden. Ook in de voedselproductie met dieren heeft na de tweede wereldoorlog een sterke specialisatie plaatsgevonden. Rassen die voor meerdere doeleinden werden gebruikt zijn eenzijdig verder ontwikkeld tot een gespecialiseerd ras of zijn vervangen door een gespecialiseerd ras. Bij een toenemende welvaart is er meer vraag gekomen naar producten die ecologisch of biologisch geproduceerd worden of naar speciaal producten in niche markten. De gespecialiseerde rassen voldoen in dit kader minder goed aan de eisen die de maatschappij aan de dierlijke productie stelt. Dit leidt tot de vraag naar minder gespecialiseerde rassen die goed aangepast zijn aan de minder intensieve productie methoden.

6. Het bewaren van rassen is een vorm van verzekering tegen toekomstige veranderingen in productiemethoden. De wereld verandert voortdurend. Een voorbeeld is de opwarming van de aarde die kritisch gevolgd wordt. Daarbij blijven ook de productiemethoden bij dieren niet buiten de discussie. Daarnaast stellen kritische actiegroepen voortdurend vragen over de gespecialiseerde productiemethoden. Voorbeelden daarvan zijn de discussie over megastallen, de maatregelen om het gebruik van antibiotica te verminderen en het verbieden van prikkelarme stalsystemen die in de intensieve veehouderij een belangrijke rol speelden. Andere productiemethoden vragen om andere eigenschappen van de dieren en vragen om aanpassingsvermogen. Dit pleit voor een brede beschikbaarheid van rassen met uiteenlopende eigenschappen.

7. Rassen met een hoge strategische waarde kun je veilig stellen. Dit zijn rassen die op dit moment een cruciale rol spelen in de veehouderij en waarvoor we niet afhankelijk willen zijn of worden van andere landen. In de VS is dit argument na de aanslag op de Twin Towers gebruikt om een uitgebreid genenbankprogramma op te zetten, niet alleen voor de zeldzame rassen, maar ook voor de gangbare. In Noorwegen bestaan zorgen over het feit dat de commerciële pluimveehouderij volledig gebaseerd is op uitgangsmateriaal dat buiten Scandinavië geproduceerd wordt. Dit pleit ervoor om als overheid ook conserveringsprogramma’s op te zetten voor rassen die economisch nu van grote betekenis zijn en een Nederlandse basis hebben.

Wat willen we in Nederland bewaren?

De commerciële rassen die in Nederland gehouden worden, zijn in de afgelopen vijftig jaar met succes gespecialiseerd op productie eigenschappen. Wereldwijd is die trend ook heel sterk zichtbaar en zijn een klein aantal commerciële rassen dominant geworden in de productie van voedsel met dieren. De genetische diversiteit van een diersoort bestaat voor een belangrijk deel uit de genetische verschillen tussen rassen en voor een deel uit de genetische variatie tussen dieren van hetzelfde ras. De genetische diversiteit van een diersoort wordt op twee manieren bedreigd: 1) Er verdwijnen rassen die niet kunnen concurreren met de commerciële rassen en 2) Er komen steeds meer aanwijzingen dat door een scherpe selectie op productie eigenschappen de genetische variatie in de commerciële rassen afneemt, vooral omdat zeldzame allelen met een lage frequentie in het ras verdwijnen.

Een eerste belangrijke bijdrage aan het in stand houden van de genetische diversiteit wordt geleverd door het conserveren van rassen. In FAO-verband is afgesproken dat elk land verantwoordelijk is voor zijn eigen genetische bronnen en dus zijn eigen oorspronkelijke rassen conserveert. In Nederland zijn door jarenlange fokkersactiviteiten unieke genotypen tot stand zijn gekomen: in de oorspronkelijke rassen zijn unieke combinaties van allelen blijvend vastgelegd. Onlangs is internationaal afgesproken dat een ras als inheems kan worden beschouwd wanneer het 6 generaties plus 40 jaar in het land gefokt is. (Dit kan betekenen dat bij een aantal diersoorten met een kort generatie interval eerder dan gedacht als oorspronkelijk ras beschouwd kunnen worden.)

Een tweede bijdrage kan geleverd worden door rassen te bewaren die unieke allelen hebben, die niet veel voorkomen bij de huidige rassen. Soms is één gen (allel) verantwoordelijk voor het bestaansrecht van een ras, omdat het verantwoordelijk is voor een unieke eigenschap.

De rol van de SZH bij het bewaren van rassen

De Stichting Zeldzame Huisdierrassen zet zich in voor het conserveren van zeldzame rassen van Nederlandse oorsprong. Tot nu toe heeft men zich laten leiden door de rassen die in de zeventiger jaren als oorspronkelijk Nederlands werden gezien en die in het voortbestaan bedreigd werden. Het criterium zeldzaam is onderbouwd met de normen die internationaal gelden: de FAO normen voor populaties met een omvang die als kritisch (minder dan 100 vrouwelijke dieren), bedreigd (grens bij 1000 vrouwelijke dieren) of als kwetsbaar (grens bij 10000 vrouwelijke dieren) beschouwd kan worden.

Door populatie genetici wordt tegenwoordig de inteelttoename per generatie als criterium gebruikt: een ras met een inteelttoename per generatie die hoger is dan 1,0% wordt dan als kritisch gezien (effectieve populatiegrootte kleiner dan 50) en bij een inteelttoename groter dan 0,5 % wordt een ras als bedreigd (effectieve populatiegrootte kleiner dan 100) beschouwd.

Een mogelijkheid die voor de lange termijn zekerheid biedt is het bewaren van genetisch materiaal van het ras in de genenbank. Dat biedt de mogelijkheid het ras terug te kruisen, wanneer het uitgestorven raakt. En het biedt de mogelijkheid om vanuit de genenbank genetisch materiaal opnieuw in te zetten wanneer het door toevalsprocessen niet langer in de kleine nog in leven zijnde populatie voorkomt. De SZH werkt nauw samen met het CGN. Dit instituut beheert de genenbank voor dieren. De SZH ondersteunt het CGN bij het samen stellen van de genenbankcollectie.

De beste en meest aantrekkelijk mogelijkheid om een ras te bewaren is om dit in levende lijve te doen in een omgeving waarin het ras gevormd is. De voorwaarde is wel dat het in voldoend grote aantallen gebeurt en dat er geen groot risico is dat door het uitbreken van een besmettelijk ziekte het ras in één keer verdwenen is. Veel oorspronkelijke Nederlandse rassen voldoen niet aan één of aan beide voorwaarden. Aan de eerste voorwaarde wordt voldaan wanneer het ras in verschillende regio’s voorkomt. Aan de tweede voorwaarde kan voldaan worden als het ras in gaat groeien in het aantal dieren. Zo nodig kunnen er dieren vanuit het buitenland ingezet worden om de populatie te verbreden, wanneer er tenminste dieren van dat ras in het buitenland gehouden worden. Is het ras in een kritische fase beland en geven erfelijke aandoeningen voortdurend problemen, dan is mondjesmaat gecontroleerd inkruisen met dieren van een vergelijkbaar ras de enige oplossing.

Bij het bewaren van een ras is het van groot belang dat er geen genetische variatie verloren gaat. Daarom is het belangrijk de populatie groot te houden en een breed fokdoel te hanteren. Dat laatste wordt bevorderd door het ontwikkelen van verschillende foklijnen (mits deze ook groot van omvang zijn) en een variatie in fokdoel tussen de verschillende fokkers. De SZH stimuleert het levend in stand houden van de oorspronkelijk Nederlandse rassen en ondersteunt rasverenigingen en stamboeken bij de praktische uitvoering van het fokprogramma.

Snel naar

Over

Fokkers

Houders en beheerders

Beleven en laten beleven

Meedoen

©2017 Communicatiebureau de Lynx
×